Is dit de Vonkerplas? Ja dit is de Vonkerplas. Is dit het ellediep water, het vergeten water? Ja dit is het water waarvan men spreekt. Is dit waar de zwaluwen nesten, waar de grazers briesen? Ja dit is dat habitat, ieder weet, niemand vergat. Is dit waar ik in elatie strekte in dat hoogtepunt? Ja dit is waar u strekte, dit is waar u dat hoogtepunt tot leven riep. Dat hoogtepunt van verandering, waar het verleden blijft geleefd en de toekomst reeds geclaimd. Dat hoogtepunt heeft u beleefd, u beleefde het aan de Vonkerplas. De Vonkerplas, waar u zich in het ellediep water stortte en verdronk in de donkere meters die u vond. De zwaluwen zingen er nog van opdat niemand het vergeten kan.
De tanden van het laatste wiel Bijten in zijn scheen Hij zal nog een stap zetten Maar nu, Alleen. Hij weet noch hoe hij lopen moet Noch hoeveel langer hij het ijzer kan verdragen. Hij kijkt omhoog, de straat in, de gevels uit het lood geslagen. Door welke reuzenhand, door welke almacht, welke onwrikbare intentie? Hij vraagt zich af waarom tussen de goedlopende etalages, restauranten en bazaren De machine moet malen en raspen en bijten. Met het laatste tandwiel, in zijn scheen. Hij vreest dat de vellen eraf schrapen Tot ze hangen rond zijn enkel en Het zaagblad zijn scheen doormidden freest. Er is huid in het spel en het spel is net begonnen. Hij kijkt op en hij verbeeld, achter de ramen, op balkonnen, hangend over balustraden Een menigte, zwaaiend.
als in het oude griekenland als voor de beschaving naar de knoppen ging als vroeger als toen het nog goed was als de dagen van de helden als de dagen van de schepping en het paradijs als ervoor als er minder mensen waren als er minder domme mensen waren als uit mijn jeugd als ik het voor het zeggen had als iedereen zijn best deed als mensen gewoon goed waren als toen mensen gewoon goed waren als toen we nog geloofden dat mensen gewoon goed waren dan